ICT InTraffic, onderdeel van ICT Group, heeft ProRail binnen het PITP-samenwerkingsverband aan twee herbouwde producten geholpen waar de spoorbeheerder al lange tijd aan toe was. Tron en RMS werden samengebracht in Feniks. De treinverkeersleiders van ProRail doen er sinds begin dit jaar hun voordeel mee.

Feniks was een project voor de vervanging van twee producten”, vertelt product owner Erwin Dekker van ProRail. “Inmiddels is het project afgerond en draait Feniks naar wens. Het eerste product dat wij vervangen hebben heette TRON, ontwikkeld om de treindienstleider voor Niet Centraal Bediende Gebieden te faciliteren. Het was bedoeld om spoorbezettingen en rijwegen te registreren. Het tweede deel dat we vervangen hebben heette Rail Management Systeem (RMS). Dat loste een probleem op waar we lang mee kampten, namelijk een gebrek aan inzicht in de spoorbezettingsplanning op alle infra.”

Registratiemiddel

TRON en RMS zijn binnen Feniks samengebracht in één oplossing. De twee delen bedienen verschillende groepen gebruikers binnen en buiten ProRail. Het Rijwegen deel (voorheen TRON) ondersteunt de Treindienstleider in Niet Centraal Beheerd Gebied (NCBG) en voorziet een registratiemiddel voor bezetting en bewegingen. Niet Centraal Beheerd Gebied betreft sporen waarvan geen treinbezetting wordt gemeten en waarvoor niet op afstand seinen en wissels kunnen worden bediend. Denk daarbij aan rangeerterreinen, industriesporen en goederenemplacementen. Ook daar wil je geen botsingen tussen treinen natuurlijk, maar omdat deze sporen niet letterlijk in beeld zijn bij de verkeersleiding moet elke beweging worden afgestemd tussen machinist en treindienstleider (TDL). Dat gebeurt telefonisch. “Voor elke vorm van beweging wordt op voorhand toestemming gevraagd aan de TDL”, legt Dekker uit.

Het SpoorBezettingsPlanning deel (SBP, het vroegere RMS) voorziet treindienstleiders, verkeersleiders en planners van inzicht in de geplande bezetting van sporen in zowel Niet Centraal Beheerd Gebied als Centraal beheerd Gebied. Deze planning is voor een deel van de infra ook beschikbaar voor goederenvervoerders via Spoorviewer.

“Bovendien waren de systemen TRON en RMS gebaseerd op oudere techniek en werden ze beheerd door minimaal geborgde systemen. Daar wilde ProRail graag van af. De systemen moesten gemoderniseerd en gedigitaliseerd worden. Aan de andere kant zagen we wel de toegevoegde waarde van die op de werkvloer ontwikkelde systemen. Daar hebben we uiteindelijk een mooi project van gemaakt, wat heeft geresulteerd in het product Feniks.”

- Erwin Dekker

Toegevoegde waarde

Wat de rol van RMS was in dat verhaal? Daar heeft Dekker een mooi voorbeeld van. “In het verleden (voor 2007) zaten wij op de verkeersleidingspost Kijfhoek en daar hadden we dagelijks een situatie dat het emplacement rond drie uur ‘s middags helemaal vol stond. We konden de goederenvervoerders dus niet faciliteren, terwijl er wél treinen onderweg waren naar het emplacement. Dat was zo omdat wij op dat moment geen inzicht hadden in welke capaciteit wij hadden toegezegd aan onze klanten, noch welke ruimte we op het emplacement daadwerkelijk hadden. Dat werd opgelost door RMS, specifiek voor Kijfhoek in elk geval. Het geeft ons inzicht op de 
beschikbare infra, waardoor we betrouwbaar orders kunnen beoordelen.” Juist daarop is met het Feniks spoorbezettingsplan op voortgeborduurd. “We wilden dit landelijk gaan inrichten”, vertelt Dekker. ''Bovendien waren de systemen TRON en RMS gebaseerd op oudere techniek en werden ze beheerd door minimaal geborgde systemen. Daar wilde ProRail graag van af. De systemen moesten gemoderniseerd en gedigitaliseerd worden. Aan de andere kant zagen we wel de toegevoegde waarde van die op de werkvloer ontwikkelde systemen. Daar hebben we uiteindelijk een mooi project van gemaakt, wat heeft geresulteerd in het product Feniks'', vertelt Dekker. Binnen dit systeem heeft iedereen nu hetzelfde scherm voor zich, vervoerders, verkeersleiders en planners. Feniks wordt sinds februari landelijk gebruikt.

Landelijk inzicht

Wat de Treindienstleiders van ProRail ook graag inzichtelijk wilden hebben zijn de werkzaamheden die er aan sporen plaatsvinden. Die spelen namelijk ook een belangrijke rol in de planning, de mogelijke rijwegen en het spoorbezettingsplan. Dekker knikt: “De werkbeveiligingsinstructies, (WBI’s) krijgen wij direct geleverd van ons plansysteem, de BTD-planner. Daar worden de buitendienststellingen in afgestemd. Dat is voor ons natuurlijk heel belangrijk, want als een spoor buitendienst is, kun je daar geen trein heen laten rijden of ervan laten vertrekken.” Binnen Feniks kan er tussen alle emplacementen gewisseld worden. Het product geeft zo landelijk inzicht in de planning, waardoor ProRail steeds een alternatief kan aanbieden indien gewenst of noodzakelijk. “Op Waalhaven bijvoorbeeld, een heel druk emplacement, krijgt een verkeersleider of planner soms verzoeken waar hij niet aan kan voldoen. Dan is er gewoon geen ruimte voor nóg een trein. De vervoerder wordt in dat geval om een alternatief plan gevraagd. Waarbij de verkeersleider/planner wel suggesties kan doen, zoals voorstellen om de trein naar een ander emplacement te laten rijden, waar wel ruimte is. Of om op een ander moment aan te komen. Dit waren typisch van die situaties waar we in het verleden continu tegenaan liepen. Toen hadden we dit overzicht niet en konden we als ProRail niet betrouwbaar een order accepteren. Dat kunnen we nu gelukkig wel.”

“Natuurlijk krijg je gaandeweg te maken met allerlei gebruikerswensen, die je op dat moment nog niet kunt toepassen omdat je met het grote plaatje bezig bent.”

- René Oenema

Gebruikerswensen inpassen

Nou is een ICT-product nooit klaar, dus ook Feniks wordt gewoon doorontwikkeld. “De gebruikers zijn tevreden”, zegt Dekker. “Door middel van Feniks is er een flinke verbetering doorgevoerd aan de kant van de infraconfiguratie. Wat nu in beeld komt bij de treindienst- of seinzaalmedewerker komt volledig overeen met de infraconfiguratie zoals die in alle andere systemen én buiten te zien is. Daarnaast hebben we een beter product neergezet, waarbij alle details beter in beeld gebracht kunnen worden, terwijl ook de vormgeving sterk is verbeterd. Dan gaat het niet om het mooie plaatje, maar om wat je door middel van kleurtjes heel duidelijk direct in beeld kunt brengen.” “Natuurlijk krijg je gaandeweg te maken met allerlei gebruikerswensen, die je op dat moment nog niet kunt toepassen omdat je met het grote plaatje bezig bent”, vertelt Oenema. “Die wensen zijn we, nu het systeem staat en draait, aan het maken en implementeren. Verder zijn we ook bezig om Feniks in te bouwen in de basisopleiding van toekomstig treindienstleiders, zodat zij er al direct mee leren werken tijdens de opleiding.”

Geslaagd PITP-project

Feniks is dus een project geweest dat ICT InTraffic in samenwerking met ProRail heeft ontwikkeld. “Aanvankelijk was Ordina - tegenwoordig Sopra Steria - met Feniks begonnen, maar na de PITP-transitie kwam het bij ons terecht”, vertelt René Oenema, Projectleider bij ICT InTraffic. “We hebben in die transitie allerlei ICT-projecten van ProRail herverdeeld onder de diverse partners. In januari 2023 zijn we begonnen met de transitie van het project naar ICT InTraffic. Dat heeft zo’n half jaar geduurd, waarbij een volledig team is ingewerkt in de materie en alle kennis opdeed voor een succesvolle doorontwikkeling. Inmiddels staat het product en hebben we het beheer en onderhoud in uitvoering genomen.


Al bij al een goed PITP-project geweest, vinden ProRail en ICT InTraffic. “Feniks is de mythologische vogel die in as opgaat en tot leven gewekt wordt. Precies dat hebben we gedaan: we hebben twee producten in brand gestoken en een prachtig mooi product voor teruggebouwd”, besluit Erwin Dekker.

Meer informatie?

Neem contact op met Marjolein Klasen

Stuur een mail
Marjolein Klasen